Telefoon Hellevoetsluis 0181 - 333 535Ridderkerk 0180 - 820 223

van Gastel en Bal

Nieuws


Het huidige ontslagrecht

1 juni 2017

Het huidige ontslagrecht: de ontslaggrond bepaalt de ontslagroute 

Het ontslagstelsel is drastisch veranderd sinds de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in 2015. Een arbeidsovereenkomst kan op diverse manieren tot een einde komen, bijvoorbeeld door: 
- beëindiging met wederzijds goedvinden (via een zogenoemde beëindigingsovereenkomst);
- einde van rechtswege (bijvoorbeeld doordat de looptijd van een contract voor bepaalde tijd verstrijkt);
- eenzijdige opzegging of ontbinding door de werknemer of werkgever. 

Dit artikel gaat over de route die een werkgever moet bewandelen in geval van eenzijdige opzegging of ontbinding van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. 

Het huidige ontslagstelsel staat ook wel bekend als een ‘’duaal preventief ontslagstelsel’’. Dit houdt in dat een werkgever eerst toestemming nodig heeft van het UWV of de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter moet laten ontbinden voordat hij tot ontslag over mag gaan. Deze preventieve ontslagtoets gold vóór de inwerkingtreding van het nieuwe ontslagrecht in 2015 ook, maar de werkgever (en hetzelfde geldt voor de werknemer) kan tegenwoordig niet meer kiezen naar welke instantie hij gaat. Dit is het grootste verschil met het oude recht. Onder het oude recht had de werkgever namelijk een vrije keuze tussen de route via het UWV of de kantonrechter. Dit ging zelfs zo ver dat, zodra een werkgever ‘’bot ving’’ bij het UWV, hij daarna altijd nog naar de kantonrechter kon gaan (of andersom). Deze gang van zaken was om verschillende redenen problematisch. Ten eerste verkeerde de werknemer nog langer in onzekerheid doordat de werkgever de mogelijkheid had om een tweede verzoek in te dienen. Ten tweede werd het als onwenselijk gezien dat twee verschillende instanties zich over hetzelfde verzoek bogen.  

De wetgever heeft deze vrije keuze dus aan banden gelegd met de invoering van het nieuwe ontslagrecht onder de WWZ. Het uitgangspunt luidt nu: de ontslaggrond (de reden voor het ontslag) bepaalt de ontslagroute. 

Ontslaggronden
De ontslaggronden staan opgesomd in de wet. Het is dus van die gronden afhankelijk of de werkgever naar het UWV of de kantonrechter moet gaan. Van deze opsomming mag niet worden afgeweken, dus alleen de gronden die nadrukkelijk in de wet zijn opgenomen, kunnen leiden tot ontslag. Voorbeelden van deze ontslaggronden zijn: ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden, ontslag wegens langdurig arbeidsongeschiktheid (langer dan twee jaar ziek/arbeidsongeschikt), ontslag wegens disfunctioneren, ontslag wegens verwijtbaar handelen of ontslag wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Ten slotte is er nog een vangnet voor zeer bijzondere omstandigheden, zoals (langdurige) detentie van de werknemer. 

UWV of kantonrechter?
Wanneer moet een werkgever nu naar het UWV of de kantonrechter? Betreft het een ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of gaat het om een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, dan moet de werkgever voor toestemming naar het UWV en kan hij niet bij de kantonrechter terecht. Betreft het een ontslag wegens andere omstandigheden dan bedrijfseconomische of langdurig arbeidsongeschiktheid (de overige gronden), dan moet de werkgever naar de kantonrechter en is de 
UWV-weg afgesloten. 

ontslagstelsel 

Vreemd genoeg mag de werkgever die wegens de ontslaggrond verplicht is toestemming voor ontslag te vragen bij het UWV, wel ‘’in beroep’’ bij de rechter (tot aan de Hoge Raad toe) als hij vervolgens geen toestemming krijgt van het UWV.

Voor zowel de werkgever als de werknemer maakt het dus nogal uit of het UWV toestemming tot opzegging geeft of de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt. Bij ontslag met toestemming van het UWV kan het ontslag aangevochten worden bij drie instanties, te weten de kantonrechter, het hof en de Hoge Raad. Bij de ontslagroute die rechtstreeks via de (kanton)rechter loopt, kan de werknemer het ontslag slechts aanvechten bij twee instanties, te weten het hof en de Hoge Raad. Deze beroepsmogelijkheden zijn ook nieuw ten opzichte van het oude recht: in de oude situatie kon de werkgever of werknemer niet verder procederen dan tot de kantonrechter. 

Waar het ontslagstelsel dus op zichzelf minder willekeurig is geworden ten opzichte van de situatie vóór 2015, is het er niet direct eenvoudiger op geworden! Mocht u vragen hebben over het huidige ontslagrecht of geconfronteerd worden met een ontslagprocedure, neem dan contact op met mr. M. van Gastel of mr. H. van der Wilt voor meer informatie of voor het maken van een afspraak. 

Auteur: Pascal Verhagen

< naar het nieuws overzicht