Telefoon Hellevoetsluis 0181 - 333 535Ridderkerk 0180 - 820 223

van Gastel en Bal

Nieuws


Meldingsplicht zekerheidsgerechtigden

7 april 2014

Pandhouders, leveranciers, leasemaatschappijen, wees op uw hoede!

Meldingsplicht zekerheidsgerechtigden aan Belastingdienst

Heeft u als leninggever, leverancier, of leasemaatschappij een vordering op een ander, dan zorgt u  er graag voor dat u zekerheid krijgt voor terugbetaling van uw vordering, bijvoorbeeld door middel van een pandrecht gevestigd op goederen van uw debiteur, danwel door goederen onder eigendomsvoorbehoud aan de debiteur te leveren. Bijvoorbeeld bij een geldlening, maar ook bij geleverde goederen waar een betalingsachterstand is ontstaan. In zulke gevallen versterkt een pandrecht of bijvoorbeeld eigendomsvoorbehoud de positie van de crediteur. Voor zover het pandrecht of eigendomsvoorbehoud strekt ten aanzien van goederen die bestemd zijn om duurzaam ter plaatse op de bodem van de pandgever te blijven en er aldus sprake is van ‘bodemzaken’, heeft de Belastingdienst een bevoorrechte positie waarmee rekening dient te worden gehouden. 

De Belastingdienst heeft een voorrecht op alle zaken die zich op de bodem van de schuldenaar bevinden, zoals met name bijvoorbeeld inventaris, machines en dergelijke. Dit bodemvoorrecht van de Belastingdienst gaat voor de voorrechten van andere schuldeisers, zoals pandrecht of eigendomsvoorbehoud, en blijft ook geldig in geval van faillissement van de schuldenaar. In de praktijk had het fiscaal bodemrecht niet veel nut voor de Belastingdienst. De pandhouder, vaak banken of lease-maatschappijen, konden er met een zogenaamde bodemverhuurconstructie eenvoudig voor zorgen dat de schuldenaar niet langer de rechthebbende op de “bodem” (lees: zijn bedrijfsruimte) was, door dit van de schuldenaar te huren. Met het verdwijnen van de bodem zelf, verdwijnt ook het fiscaal bodemvoorrecht.

Per 1 januari 2013 geldt een meldingsplicht voor zekerheidsgerechtigden voor het geval zij hun zekerheidsrecht willen uitoefenen. Ten minste vier weken voordat een zekerheidsgerechtigde tot uitoefening van zijn recht overgaat moet deze daarvan melding maken bij de Belastingdienst. Dit geldt voor alle wijzen van uitoefenen, zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend executie-verkoop, bodemverhuur, in vuistpand nemen (oftewel weghalen bij de schuldenaar). Gedurende die vier weken kan de Belastingdienst dan maatregelen nemen ter bescherming van haar eigen positie, waaronder het leggen van bodembeslag. Het gevolg daarvan is dat de fiscus alsnog voorgaat bij verdeling van de verkoopopbrengst van de bodemzaken. De bodemverhuur- of andere constructies van pandhouders zijn hierdoor zinloos geworden. Pas als de fiscus de termijn van vier weken ongebruikt laat of laat weten de zaken weer vrij te geven, komt de rechthebbende weer in beeld.

Indien de pandhouder toch verhaal neemt op bodemzaken van de schuldenaar zonder dit tijdig te melden bij de Belastingdienst, dan zal hij de executiewaarde van de betreffende zaken aan de Belastingdienst moeten afdragen, tot maximaal de hoogte van de openstaande belastingschulden. De belastingdienst kan de executiewaarde eenzijdig via een aanslag opleggen. Bezwaar aantekenen is mogelijk, maar leidt tot ongewenste procedures en hoge kosten. 

Voor een aantal gevallen geldt een uitzondering op de meldingsplicht, zoals bij levering onder eigendomsvoorbehoud, bepaalde vormen van lease en huurkoop. Bepaalde leveranciers die hun onder eigendomsvoorbehoud of onder bepaalde vormen van lease geleverde goederen willen terughalen omdat de klant een betalingsachterstand heeft, hoeven hun voornemen hierdoor niet bij de Belastingdienst te melden. Deze tegemoetkoming aan de praktijk dekt echter slechts een gedeelte van de situaties bij leveranciers af. In veel gevallen dienen ook leveranciers nog rekening te houden met een meldingsplicht. 

Tot heden blijkt het aantal meldingen door pandhouders en leasemaatschappijen beperkt in geval van uitoefening van zekerheidsrechten. In voorkomende gevallen leidt dit tot aansprakelijkheid jegens de Belastingdienst. Dit kan voorkomen worden door opgemelde meldingsplicht op juiste wijze in acht te nemen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neemt u dan contact op met ons op 0181 – 333 535. 

A.H. Nierman

< naar het nieuws overzicht